Welke maat nemen we waar?

Onlangs gaf Robbert Dijkgraaf, de bekende natuur- en wiskundige Professor uit DWDD, een prachtig inspirerend TV-college: Het Allerkleinste Zijn college bracht mij wederom tot de kernvraag, die in mijn micro-macro fascinatie verscholen ligt: welke maat en welk tijdsinterval is ‘waar’?

Dankzij de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen kunnen we:

  • Steeds kleinere objecten en deeltjes waarnemen
    Via de microscoop openbaarde zich een totaal nieuwe dimensie; een dimensie die inmiddels tot op elementair niveau gaat. Dit jaar nog werd het Higgs-deeltje ontdekt.
  • Steeds kleinere tijdsintervallen van een gebeurtenis waarnemen
    Zo toonde de Eadweard Muybridge (1830-1904) al in 1887 middels fotografie aan: dat een paard in galop – in tegenstelling tot van wat men dacht – wél helemaal los komt van de grond! En TV- programma’s als Timewarp openen de wereld van nanosecondes voor ons.

Wat minstens zo fascinerend is, is dat we deze beelden van ‘verscholen’ werelddimensies met onze eigen ogen nooit waar zouden kunnen nemen. 
Maar dat we ze moeiteloos toevoegen aan ons eigen beeld- en communicatiepalet.  

Inmiddels is er al een hele generatie, wiens babyplakboek begint met een echoscopie. Als we een röntgenfoto zien weten we ook precies in welke dimensie we deze moeten beschouwen. Niemand zal tegen zijn arts zeggen: ‘Ja, maar dat ben ik niet, dokter. Want zo ziet mijn arm er niet uit hoor.

Reclames voor schoonmaak middelen, tandpasta en cosmetica lijken zelfs niet meer zonder illustraties en animaties op microniveau te kunnen. Hoe zouden ze ons anders moeten overtuigen dat hun merk écht alle bacteriën doodt (ook het vuil dat we niet zien, maar dat er dus wel is!). Of dat hun merk alle vlekken tot in diep in de vezel verwijdert en dat hun gezichtscrème met ‘retinol’ écht doordringt tot in de onderste huidlaag. Na dit reclameblok vol dwarsdoorsnedes en boos kijkende bacteriën volgt het weerbericht.
De satellietfoto’s gaan erin als gesneden koek. We begrijpen meteen dat er wolken boven Nederland hangen. Niet dat we zelf ooit op deze satelliethoogte zijn geweest...
maar technologische beelden als deze behoren tot ons beeldvocabulaire!

Als ik kleding ga kopen, boeit het mij helemaal niet hoe mijn skelet of de katoenvezel
van mijn beoogde aankoop er uitziet. Nee, dan ligt mijn focus op kledingmaten. Ogenschijnlijk een menselijk metrische kwestie. Toch komt ook hier weer de schaal van de wereldbeleving om de hoek kijken. Waar ik bij  Nederlandse maten een S of M kan pakken, zal dat bij Italiaanse merken als snel maatje L of XL worden. Afhankelijk van de beschouwer ‘ben’ ik dus een ‘S’ of ‘XL’. 

Maar wat is nou waar? En wat neem je waar? En met welke maat meet je? 
Het is prachtig dat we steeds meer dimensies kunnen zien en begrijpen. Een ware verrijking voor de menselijk geest en ontwikkeling. Mits we de belangrijkste waarneming nooit uit het oog verliezen: elkaar zien voor de mensen die we zijn.

Hele fijne en warme feestdagen gewenst! 

Babs Baay / Art-Director 


Deze column werd op 11 december 2012 op de site van CreatiefZuid gepubliceerd.